Pensioenplicht?    Pensioenverzekering 


Pensioenpremie

Datum laatste wijziging: 20 augustus 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, Pensioenpremie, Pensioenfonds

Inhoud

  1. Wie betaalt de pensioenpremie?
  2. Hoogte premie
  3. Meer betalen voor minder pensioen
  4. Europees non-discriminatiebeleid
  5. DNB staat te lage premie pensioen tijdelijk toe
  6. Lagere pensioenpremies en pensioenopbouw in 2014
  7. Regeling Gelegenheidsarbeid wordt Regeling Piekarbeid
  8. ABP-pensioen 2015
  9. Pensioenpremies in 2015 niet omlaag
  10. Pensioenfonds DNB vroeg extreem hoge pensioenpremie
  11. Pensioenpremie gaat voor de meesten omlaag
  12. Pensioenpremies dalen
  13. Hogere pensioenpremies door ingreep DNB
  14. Stijging pensioenpremie in 2016 valt mee
  15. Acties medisch specialisten
  16. ABP-pensioen 2016  
  17. Pensioenpremie leeftijdsafhankelijk
  18. Leeftijdssolidariteit pensioenregelingen kleiner dan gedacht
  19. Leeftijdsverwachting blijft stijgen
  20. Werkgever kan hogere pensioenpremie toezeggen
  21. Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd
  22. Minister morrelt niet aan rekenrente pensioenfondsen

Wie betaalt de pensioenpremie?

De pensioenpremie wordt betaald door de werkgever en meestal ook door de werknemer, 92 procent van alle werknemers in Nederland betaalt zelf mee aan zijn pensioen. Betaalt de werknemer mee aan de pensioenpremie (eigen bijdrage), dan wordt deze premie in mindering gebracht op zijn bruto maandinkomen.

Hoogte premie

De hoogte van de premie hangt onder meer af van het soort verzekering (eindloon, middelloon of beschikbare premie), bepaling in de CAO (invaliditeitspensioen), van de levensverwachting van mannen en vrouwen*, van de te verwachten inflatie, van de rentestand en uiteraard van de verzekeringsorganisatie zelf. Voor de werkgever zijn pensioenlasten kosten, die zijn winst doen verminderen en waardoor hij dus minder winstbelasting hoeft te betalen.

* Voor actuariŽle pensioenberekeningen interessant: een jongen die in 2014 wordt geboren wordt naar verwachting 89,9 jaar oud en een meisje 92,2 jaar. De nieuwe waarnemingen en voorspellingen zijn gepubliceerd in de Prognosetafel AG2014.

Meer betalen voor minder pensioen

De pensioenpremies die werkgevers en werknemers aan pensioenfondsen betalen zijn sinds 2008 met zestien procent gestegen. Tegelijkertijd heeft een derde van de pensioenfondsbesturen het jaarlijkse opbouwpercentage verlaagd van 2,09 naar 1,87 procent, aldus het Financiele Dagblad op basis van eigen onderzoek.

Vrijwel alle pensioenfondsen die het opbouwpercentage verlaagden, verhoogden wel hun premie. Mensen die bij deze fondsen zijn aangesloten, zijn meer gaan betalen voor minder pensioen. Pensioenfondsen stellen dat ze hebben ingespeeld op de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, waardoor mensen met een lagere opbouw toe kunnen. De opbouwpercentages zijn verlaagd omdat de premies anders onhoudbaar hoog dreigden te worden.

De verhouding tussen premie en opbouwpercentage is de afgelopen weken al onderwerp van discussie in Den Haag. Het kabinet wil het percentage verlagen van de pensioenspaarregeling. Dat is nu nog 2,25 procent van het brutosalaris, maar moet van de regering omlaag naar 1,75. Oppositiepartijen vrezen dat mensen meer gaan betalen voor minder pensioen. Volgens het FD is deze ontwikkeling echter al een paar jaar gaande

Europees non-discriminatiebeleid

Hoewel vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen is een hogere pensioenpremie voor vrouwen volgens het Europese non-discriminatiebeleid niet toegestaan.

NB: Om dezelfde reden wordt een lagere pensioengerechtigde leeftijd (beŽindiging arbeidscontract bij het bereiken van leeftijd c.q. ingangsdatum pensioenverzekering) voor vrouwen dan mannen afgewezen.

DNB staat te lage premie pensioen tijdelijk toe

Pensioenfondsen die een tekort hebben, krijgen van de toezichthouder DNB tijdelijk toestemming om premies te heffen die onder hun werkelijke kostprijs liggen. Deze verruiming van de regels kan tot gevolg hebben dat de premie-instroom in 2011 een drukkend effect heeft op de toch al zwakke financiŽle positie van de fondsen. De ontheffing geldt voor maximaal een jaar. Pensioenfondsen die er gebruik van maken, moeten van DNB aantonen dat ze eind 2011 de financiering van hun nieuwe pensioenopbouw op orde hebben.
Pensioenfondsen in onderdekking (een dekkingsgraad lager dan 104,2%) waren verplicht een premie te heffen die voldoende hoog is om bij te dragen aan het herstel van de financiŽle positie. De kosten van nieuw op te bouwen rechten zijn sterk gestegen door de lage rente en de hogere levensverwachting.

Lagere pensioenpremies en pensioenopbouw in 2014

In 2014 zijn de pensioenpremies voor het eerst in lange tijd gedaald. Dat blijkt uit een enquÍte die De Nederlandsche Bank heeft gehouden onder 25 grote pensioenfondsen. Deze daling hangt onder meer samen met de verlaging van de pensioenopbouw. Ook hebben in 2014 weer wat meer pensioenfondsen de pensioenaanspraken en Ėuitkeringen kunnen verhogen.

Regeling Gelegenheidsarbeid wordt Regeling Piekarbeid

De regeling gelegenheidsarbeid wordt vervangen door de regeling piekarbeid. Sociale partners hebben op 11 april 2014 hierover een principe-akkoord gesloten, als alternatief voor de premievrijstelling van gelegenheidswerkers.

De regeling piekarbeid houdt in dat een werkgever een werknemer in dienst kan nemen, als gevolg van een verhoogd werkaanbod, voor een periode van maximaal 8 weken voor seizoensgebonden en uitsluitend routinematige werkzaamheden die gerelateerd zijn aan teelt en oogst (inclusief be- en verwerking van de oogst) van agrarische gewassen gedurende een aaneengesloten piekperiode. De werkgever hoeft voor de piekarbeider dan geen pensioenpremie te betalen en de piekarbeider wordt uitgesloten van pensioenopbouw gedurende deze periode.

Voor de goede orde; mocht de voorgestelde regeling juridisch niet haalbaar blijken en er dus geen grond voor uitsluiting in het reglement is, dan zal het bestuur van BPL op dat moment direct overgaan tot premie inning bij iedereen ouder dan 21 jaar. 

ABP-pensioen 2015

Overheids- en onderwijswerkgevers en centrales van overheidspersoneel zijn een onderhandelingsresultaat overeengekomen over het ABP-pensioen. De pensioenopbouw wordt aangepast aan de fiscale regels voor 2015 en daardoor gaat de pensioenpremie voor werknemers en werkgevers omlaag.

De totale pensioenpremie daalt met 3,7%, waardoor de koopkracht stijgt en er ruimte beschikbaar komt voor hogere bruto lonen. Het totale effect voor werknemers kan oplopen tot 1,6%. Verder wordt het VUT-overgangsrecht beperkt, in lijn met de versobering van het pensioen .

Pensioenpremies in 2015 niet omlaag

Het pensioen is bij veel sectorpensioenfondsen in 2015  verlaagd, maar de premies dalen maar mondjesmaat mee.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Financiele Dagblad onder de vijftig grootste sectorpensioenfondsen, zoals het pensioenfonds voor bakkers en het horecafonds. Van veel ondernemingspensioenfondsen zijn de premies nog niet bekend en daarom zijn zij buiten het onderzoek gelaten.

Van de 31 sectorpensioenfondsen die door deze versobering de opbouw moesten verlagen, hebben er slechts acht ook de premies verlaagd. Achttien fondsen hielden de premie gelijk ten opzichte van 2014 en vijf fondsen verhoogden de premie zelfs. Van veel ondernemingspensioenfondsen zijn de premies nog niet bekend en daarom zijn zij buiten het onderzoek gelaten.

Slechts een kwart van de grotere pensioenfondsen die de opbouw vanwege nieuwe fiscale regels moesten verlagen heeft ook de premies verminderd. Dat betekent dat bijna 1 miljoen werknemers hetzelfde of meer betalen voor minder pensioen.

Pensioenfonds DNB vroeg extreem hoge pensioenpremie

Pensioenfonds DNB heeft de nieuwe, versoberde, pensioenregeling voor DNB-personeel bekendgemaakt. De regeling geldt per 1 januari 2015. De oude pensioenregeling begon steeds meer uit de pas te lopen ten opzichte van andere financiŽle instellingen, zo schrijft het pensioenfonds in een nieuwsbrief aan de deelnemers.

De pensioenpremie zou maximaal 28% van de loonsom mogen bedragen, aldus het pensioenfonds, maar in de praktijk kwam het er de laatste jaren op neer dat DNB 34,5% van de loonsom als premie aan het pensioenfonds betaalde. ďDat is een uitzonderlijk hoge premie. Een premieniveau van 15 tot 25% is gebruikelijk in de marktĒ, aldus de tekst in de nieuwsbrief.

Pensioenpremie gaat voor de meesten omlaag

Zo'n 70 procent van de werknemers betaalt dit jaar een lagere pensioenpremie dan in 2014. Daarmee hebben de pensioenfondsen de versobering van de pensioenopbouw voor een belangrijk deel doorgegeven aan de werkenden. De premiedaling is een gevolg van de versobering van het pensioensparen die het kabinet met ingang van dit jaar heeft doorgevoerd

Dat blijkt uit een onderzoeksverslag van De Nederlandsche Bank dat staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken zaterdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De premiedaling is een gevolg van de versobering van het pensioensparen die het kabinet met ingang van dit jaar heeft doorgevoerd. Omdat de pensioenleeftijd omhoog gaat - tot 67 jaar in 2025 - werken mensen langer en hebben ze dus ook langer de tijd om voor hun pensioen te sparen.

Pensioenpremies dalen

De pensioenpremies zijn voor het eerst in jaren aan het dalen. Dat blijkt uit vergelijkend onderzoek van AWVN naar de stand van zaken bij de Nederlandse pensioenfondsen.

De belangrijkste conclusies die AWVN trekt naar aanleiding van de vergelijking zijn dat het aantal pensioenfondsen afneemt en dan met name de kleinere ondernemingspensioenfondsen. Deze zijn ofwel geliquideerd of gesloten voor nieuwe deelnemers.

De meerderheid van de pensioenregelingen (90%) is gebaseerd op middelloon. Slechts ťťn van de 87 pensioenfondsen heeft een eindloonregeling (ten opzichte van 5 in 2014). De gemiddelde pensioenrichtleeftijd gaat opnieuw flink omhoog. Slechts vijf pensioenfondsen hanteren een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar.

Hogere pensioenpremies door ingreep DNB

De pensioenfondsen in Nederland komen er in 2015 financieel een stuk slechter voor te staan omdat De Nederlandsche Bank (DNB) een deel van de rekenrente heeft aangepast. Hierdoor kunnen veel mensen te maken krijgen met een hogere pensioenpremie, waarschuwde de toezichthouder.

De ingreep is nodig vanwege de lage rentestand in Europa. De rente waar pensioenfondsen mee rekenen, begon te ver af te wijken van de Ďechteí rente.

Stijging pensioenpremie in 2016 valt mee

De pensioenpremies stijgen in 2016 gemiddeld met maximaal 2 procent, aldus de Kamerbrief die mevrouw Klijnsma aan de Tweede Kamer zond. De stijging van de premies is voor de helft het gevolg van de lage marktrente en voor de helft door de ufr (ultimate forward rate) de rekenmethode die DNB in zomer 2015 aan de pensioenfondsen oplegde. De Pensioenfederatie is er niet gelukkig mee, het invoeren van de nieuwe rekenregels is een kwestie van 'bad timing' nu ook de marktrente zo laag is.

De verwachting is dat 3,6 miljoen van de 5,5 miljoen premiebetalers in 2016 niet bang hoeven te zijn voor een premiestijging. 1,9 miljoen mensen moeten wel rekening houden met een geringe premiestijging. Na 2016 zijn de gevolgen ernstiger: de stijging van de premie kan dan voor de laatst genoemde groep oplopen tot maximaal 5 procent.

Acties medisch specialisten

De onderhandelingen van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met de NVZ vereniging van ziekenhuizen over de pensioenaftopping slepen zich al maandenlang (2015) voort. De dokters vinden het onacceptabel dat de ziekenhuizen het vrijgevallen deel van de pensioenpremie van medisch specialisten in loondienst voor 55 procent in eigen zak willen steken. Artsen in loondienst in algemene ziekenhuizen bouwen hierdoor fors minder pensioen op. Vooral de jongere medisch specialisten zijn de dupe. Als zij met pensioen gaan, kan hun pensioenuitkering 20.000 ŗ 30.000 euro per jaar lager uitvallen. Landelijk gaat het om tientallen miljoenen euro's.

ABP-pensioen 2016  

De pensioenpremie gaat omlaag in 2016. ABP heeft de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor 2016 vastgesteld op 17,8%. De huidige premie is 19,6%. Door de huidige financiŽle situatie, kan ABP de (opgebouwde) pensioenen in 2016 niet verhogen.
Het ABP-bestuur tekent hierbij wel aan dat er mogelijk vanaf 1 april 2016 een premieopslag moet worden ingevoerd. De hoogte van de dekkingsgraad op 31 december 2015 is daarvoor bepalend. In januari 2016 bepaalt het ABP-bestuur of die opslag er komt.

Medio 2016 zal a.g.v. een herstelplan de premie waarschijnlijk andermaal worden aangepast.  

Pensioenpremie leeftijdsafhankelijk

Pensioenfonds PNO Media stopt met een premie die voor jong en ouder gelijk is, het zogeheten solidariteitsprincipe of doorsneepremie. Dit systeem is te rechtvaardigen als jongeren het pensioentekort die zij tot 45ste jaar oplopen, daarna kunnen inhalen. Maar dit is utopie omdat dan wel een vast contract een vereiste is.

PNO Media - een zelfstandig pensioenfonds, dus geen bedrijfstakpensioenfonds - is het eerste grote pensioenfonds dat een streep zet door de gelijke bijdrage voor alle deelnemers. Bedrijven uit de creatieve sector kunnen ervoor kiezen hun bedrijfspensioenregeling bij PNO Media onder te brengen. Ze zijn dit niet verplicht. Dat is een belangrijke reden dat PNO Media de doorsneepremie afschaft: ze wil voor mediabedrijven met veel jonge werknemers aantrekkelijker worden. Een ding is zeker, het zet de traditionele pensioenregelingen onder druk meer flexibel te worden.

Leeftijdssolidariteit pensioenregelingen kleiner dan gedacht

De leeftijdssolidariteit binnen pensioenregelingen, waarbij jongeren meebetalen aan de pensioenopbouw van ouderen, is veel kleiner dan vaak wordt gedacht. Als rekening wordt gehouden met de lage marktrente en volledige indexatie, is er zelfs sprake van omgekeerde solidariteit: ouderen betalen mee aan de opbouw van jongeren. Dat blijkt uit onderzoek van Aon Hewitt.

Leeftijdsverwachting blijft stijgen

De cijfers van het CBS spreken voor zich:
  • In 1957 (invoering AOW) leefden mannen en vrouwen vanaf hun 65 jaar gemiddeld nog iets minder dan 15 jaar.
  • In 2015 is deze levensverwachting een kleine 20 jaar.
  • In 2060 zal de gemiddelde leeftijdsverwachting vanaf 65 jaar mogelijk zelfs 25 jaar zijn.
  • Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen, maar de verschillen worden kleiner. In 2015 zal een vrouw van 65 jaar gemiddeld nog 20,9 jaar leven en een man 18,2 jaar.

Werkgever kan hogere pensioenpremie toezeggen

Delta Lloyd maakt het mogelijk om binnen het Persoonlijk Pensioen Plan de pensioenpremie te berekenen met een rekenrente van 2 en 2,5 procent. Hierdoor kunnen werkgevers een hogere pensioenpremie toezeggen dan met de standaard rekenrentes van 3 en 4 procent.

De nieuwe staffels van 2 en 2,5 procent worden alleen binnen het Persoonlijk Pensioen Plan aangeboden. De rekenmethodiek is fiscaal goedgekeurd door de Belastingdienst. (Bron: VVP, 28 sep. 2016)

Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd

De AOW-leeftijd gaat verder omhoog. In 2021 is de pensioenleeftijd nog 67 jaar, in 2022 wordt dat 67 jaar en 3 maanden. Deze verhoging raakt iedereen die geboren is na 1954. De verhoging is het gevolg van een nieuwe, hogere raming van de levensverwachting van Nederlanders, gemaakt door het CBS in 2016. Sinds 2012 schrijft de wet voor dat de AOW-leeftijd in dat geval automatisch met drie maanden stijgt. De vuistregel in de wet is dat ouderen tot hun overlijden gemiddeld achttien jaar AOW krijgen.
 
Verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden) gecorrigeerd oktober 2016
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021   2022   
Ingangsleeftijd AOW 65 + 1 mnd 65 + 2 mnd 65 + 3 mnd 65 + 6 mnd 65 + 9 mnd 66    
          
66 + 4 mnd 66 + 8 mnd 67     
      
67 + 
3 mnd
 

Fiscale gevolgen verhoging pensioenleeftijd 

Op 1 januari 2018 gaat de pensioenrichtleeftijd* omhoog van 67 naar 68 jaar. Bij een lagere pensioenrichtleeftijd dan 68 moet - om niet bovenmatig te worden - het pensioen actuarieel worden herrekend. Voor deze situaties publiceerde de Belastingdienst de gekorte maximale opbouwpercentages.

* Gezien de voorstellen van de vele partijen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen 2017 de verhoging pensioenleeftijd te wijzigen, is het denkbaar dat de bovengenoemde verhoging per 2018 te elfder uren nog wordt aangepast.   

Afwachten dus.

Minister morrelt niet aan rekenrente pensioenfondsen

Minister Koolmees weigert aanpassing van de rekenrente van pensioenfondsen. De minister in antwoord op Kamervragen: "Het verhogen van de rekenrente zorgt er voor dat er meer geld wordt uitgekeerd, terwijl de werkelijke financiŽle positie van de pensioenfondsen niet verbetert."

Het verhogen van de rekenrente heeft volgens de minister "als gevolg dat een deel van het pensioenvermogen dat nu is gereserveerd voor de financiering van het toekomstige pensioen van jongeren, op de korte termijn gebruikt kan worden voor de indexatie van het pensioen. Dat komt met name ten goede aan oudere deelnemers. Als de werkelijke rente echter niet op korte termijn stijgt tot boven de gekozen rekenrente, resulteert er een tekort voor toekomstige gepensioneerden". (Bron: VVP, 19 aug. 2018)

Ga terug naar Pensioen (inleiding).
 

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Pensioenplicht?    Pensioenverzekering 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download