Print Print    E-mail E-mail    RSS RSS

 Werken elders    Buitenlandse werknemers 


30%-regeling

Samenvatting
De 30%-regeling - ook wel regeling extraterritoriale kosten voor ingekomen werknemers (EKIW) - houdt in dat de werkgever aan bepaalde werknemers 30% van het loon inclusief de vergoeding, of 30/70 van het loon exclusief de vergoeding, kan verstrekken als vrije vergoeding voor de extraterritoriale kosten. Extraterritoriale kosten (zie onder) zijn de extra kosten die een werknemer maakt in verband met het tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst. De 30%-regeling geldt zowel voor de uitgezonden als de ingekomen werknemer, voor de ingekomen werknemer geldt dat de werkgever een beschikking moet aanvragen bij de Belastingdienst voor toepassing van de 30%-regeling.
 
Voorbeeld berekening 

Het loon exclusief de vergoeding is € 40.000. De onbelaste vergoeding van extraterritoriale kosten is dan maximaal 30/70 x € 40.000 = € 17.143.

Kenmerken regeling
• de 30%-regeling kan ten hoogste tien jaar duren. E้n van de voorwaarden is dat de betrokken werknemer specifiek deskundig is, welke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of slechts schaars aanwezig is. Als tijdens de uitzending niet langer wordt voldaan aan het schaarste- en deskundigheidsvereiste, kan de Belastingdienst na vijf jaar de looptijd van de beschikking verkorten;
• de werknemer kan gedurende de periode van tien jaar ook van baan veranderen zonder dat de 30%-regeling vervalt. Daarvoor is maximaal drie maanden* de tijd, anders wordt de vereiste schaarse deskundigheid op de Nederlandse markt niet langer aanwezig verondersteld;
• als de werkgever meer dan het maximumbedrag vergoedt of verstrekt, dan is dit loon voor de loonheffingen. Vanaf 2008 mag de werkgever over dit meerdere de verschuldigde loonheffingen afdragen door de eindheffing toe te passen. Hiervoor geldt het tabeltarief;
• het loon voor de 30%-regeling is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voorwaarde is dat de werknemer voor dat loon geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting;
• de 30%-regeling geldt ook voor de premies werknemersverzekeringen. Als de werknemer in Nederland verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, hoeft de werkgever over de vrije vergoeding volgens de 30%-regeling geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

* De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de driemaandseis voor de 30%-regeling ook geldt als de uit het buitenland geworven werknemer naast een lopende tewerkstelling in een nieuwe tewerkstelling gaat werken. Dit arrest betekent onder meer dat bij een tweede of volgende dienstverband van commissarissen en anderen die de omvang van hun eerste dienstverband niet kunnen verminderen, zonder aanvullende constructies, buiten de boot zullen vallen (Bron: Hoge Raad, 21 mrt. 2014).

Driemaandstermijn 30%-regeling laat geen ruimte ander bewijs
Als een uit het buitenland geworven werknemer van werkgever wisselt en de 30%-regeling wil blijven toepassen, moet hij voldoen aan de driemaandseis. Deze bewijsregel kan niet worden verlengd en laat geen ruimte om op een andere wijze aannemelijk te maken dat men over schaarse specifieke deskundigheid beschikt.

(Taxence, 19 mei 2014)

Extraterritoriale kosten
Deze kosten bestaan onder meer uit:
• de extra kosten voor levensonderhoud door een hoger prijspeil in het werkland dan in het land van herkomst, zoals extra uitgaven voor maaltijden, gas, water en licht (cost of living allowance);
• de kosten voor een kennismakingsreis naar het werkland, eventueel met het gezin, om bijvoorbeeld te zoeken naar een woning of een school;
• de kosten voor het aanvragen of omzetten van offici๋le persoonlijke papieren, zoals verblijfsvergunningen, visa en rijbewijzen;
• de kosten voor medische keuringen en vaccinaties voor het verblijf in het werkland;
• de dubbele huisvestingskosten, omdat de werknemer in het land van herkomst blijft wonen, bijvoorbeeld hotelkosten;
• de (eerste) huisvestingskosten. Hierbij is tot 18% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking sprake van loon. Het meerdere behoort tot de extraterritoriale kosten. In het algemeen kan de werkgever de huisvestingskosten voor meubilair niet vrij vergoeden of verstrekken;
• de opslagkosten voor het deel van de boedel dat niet wordt verhuisd naar het werkland;
• de reiskosten naar het land van herkomst, bijvoorbeeld voor familiebezoek of gezinshereniging;
• de extra kosten voor het laten invullen van de aangifte inkomstenbelasting als dat duurder is dan het laten invullen van de aangifte door een vergelijkbare belastingadviseur in het land van herkomst;
• de cursuskosten om de taal van het werkland te leren voor de werknemer en voor de gezinsleden die bij hem verblijven;
• de extra (niet-zakelijke) gesprekskosten voor telefoneren met het land van herkomst.

De volgende zaken zijn geen extraterritoriale kosten en mag de werkgever niet onbelast vergoeden of verstrekken:
• de uitzendtoelagen, bonussen en vergelijkbare vergoedingen (foreign service premium, expat allowance, overseas allowance);
• de vermogensverliezen;
• de aan- en verkoopkosten van een woning (reimbursement expenses purchase house, brokers fee);
• de compensatie voor hogere belastingtarieven in het werkland (tax equalization).

Specifieke deskundigheid
De 30%-regeling is bedoeld om het voor uit het buitenland aangetrokken werknemers aantrekkelijk(er) te maken om in Nederland te werken. De betreffende werknemer komt in aanmerking voor de 30%-regeling als hij beschikt over specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Om te bepalen of de werknemer over specifieke deskundigheid beschikt, is de werkervaring van groot belang. De Belastingdienst hanteert als richtlijn dat de werknemer over ten minste 2,5 jaar relevante werkervaring moet beschikken. Als dat niet het geval is, kan het voorkomen dat de Belastingdienst afwijzend reageert op het verzoek om de 30%-regeling toe te passen.

Factoren die van belang zijn bij het bepalen van de specifieke deskundigheid zijn onder andere het opleidingsniveau, de voor de functie relevante ervaring en het beloningsniveau van de werknemer. De werkgever en de in Nederland binnengekomen werknemer moeten gezamenlijk een verzoek om een belastingvrije vergoeding op grond van de 30%-regeling indienen bij de Belastingdienst. Dit moet gebeuren binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling in Nederland. De vergoeding kent de Belastingdienst meestal voor 120 maanden (tien jaar) toe, onder voorwaarden kan men de regeling daarna voortzetten.

Ook vanuit Nederland naar het buitenland uitgezonden werknemers kunnen in aanmerking komen voor de 30%-regeling. Het gaat om werknemers die men uitzendt naar een ontwikkelingsland: Azi๋, Afrika, Latijns-Amerika of de voormalige Oostbloklanden. Bovendien staat de regeling open voor degenen die zich bezighouden met het geven van onderwijs of het beoefenen van de wetenschap in het buitenland. Daarnaast kunnen ook enkele in het buitenland tewerkgestelde ambtenaren van deze regeling gebruikmaken.

Salarisnorm
Voor de toepassing van de 30%-regeling geldt zoals gezegd dat de werknemer over een specifieke deskundigheid moet beschikken die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Belastingdienst vertaalt de specifieke deskundigheid in een loon dat de werknemer minimaal moet verdienen.

Als aanvullende bepaling geldt:
• als de werknemer fiscaal loon heeft genoten beneden de salarisnorm, vervalt de 30%-regeling met terugwerkende kracht (tot 1 januari of de datum van indiensttreding dat jaar);
• als een werknemer gedurende het jaar in dienst treedt, wordt de salarisnorm naar evenredigheid toegepast. Bij die berekening moet ook rekening worden gehouden met bijvoorbeeld vakantiegeld.

De salarisnormen worden vermeld in paragraaf Salarisnormen 30%-regeling 2014 (tabellen).

Schoolgelden
Naast de 30%-regeling mag de werkgever een vrije vergoeding geven voor extraterritoriale kosten voor schoolgelden. Het moet gaan om het schoolgeld voor een internationale school of voor een internationale afdeling van een gewone school. Hiervan is sprake als:
• de opleiding op de betreffende (afdeling van de) school is gebaseerd op een buitenlands stelsel;
• de school of de afdeling alleen toegankelijk is voor kinderen van uitgezonden werknemers.

Overige onbelaste vergoedingen en verstrekkingen
Verder kan de werkgever naast de 30%-regeling onder meer onbelast vergoeden of verstrekken zaken die ook gelden voor de overige werknemers, zoals:
• de verhuiskosten en de kosten voor tijdelijke opslag en het overbrengen van de boedel;
• de kosten voor een kennismakingsbezoek door de werknemer aan het bedrijf in het werkland;
• voor kosten van vervoer per auto kan de werkgever maximaal € 0,19 per kilometer vrij vergoeden;
• de kosten voor het aanvragen of omzetten van een tewerkstellingsvergunning;
• de kosten voor woon-werkverkeer;
• de kosten voor een telefoonabonnement;
• de kosten voor maaltijden.

Veranderen van werkgever
Voortzetting van de 30%-regeling is mogelijk voor rijksambtenaren die binnen aangewezen onderdelen van de rijksoverheid van het ene naar het andere onderdeel overstappen zonder. Het gaat hier om aangewezen rijksonderdelen, de zogeheten Samenhangende Groep Inhoudingsplichtigen (SGI) die formeel op 1 januari 2010 ingaat.
De faciliteit om te worden gekwalificeerd als een SGI is niet beperkt tot de publieke sector. Ook werkgevers in het private bedrijfsleven (met name concernvennootschappen) kunnen onder voorwaarden op verzoek samen worden aangewezen als een SGI voor de loonbelasting.

Jurisprudentie
• uit jurisprudentie is gebleken dat huisvestingskosten in de 30%-regeling zijn begrepen;
• de 30%-regeling is van toepassing op een eventuele winstafhankelijke uitkering(en) waarop recht bestond na uitdiensttreding en welke ook daadwerkelijk plaatsvond na vertrek uit Nederland;
• ook andere variabele, veelal onzekere loonvormen vallen onder de 30%-regeling waaronder optievoordelen, dit geldt ook als de werknemer op het genietingsmoment niet meer in Nederland woont of werkt;
• de 30%-regeling geldt niet voor een eventuele ontslagvergoeding.

Naar de bedoeling van de wetgever vallen ook variabele, veelal onzekere loonvormen onder de 30%-regeling. Het hof zag geen reden om optievoordelen die een werknemer in zijn hoedanigheid van ingekomen werknemer heeft genoten van de 30%-regeling uit te sluiten. Dat wordt niet anders wanneer die werknemer in fiscale zin een optievoordeel geniet (bijvoorbeeld doordat een optie-aanspraak onvoorwaardelijk wordt) dat is opgekomen in de periode gedurende welke de 30%-regeling van toepassing was. Dat wordt ook niet anders, wanneer de werknemer op dat genietingsmoment niet meer in Nederland woont of werkt.

Cijfers
In 2002 hadden ca. 32.000 werknemers een beschikking voor toepassing van de 30%-regeling en in dat jaar werd ca. 8000 keer de 30%-regeling aangevraagd. In 2009 was het aantal 30%-beschikkingen toegenomen tot 39.521 en het aantal aanvragen tot ca. 12.000. Deze toename is deels te verklaren doordat het criterium dat een werknemer moet beschikken over een 'specifieke deskundigheid' in de praktijk is uitgehold, mede door jurisprudentie hierover (Bron: Brief Min.Fin., 7 sept 2011).

Werkkostenregeling 2011
De vergoeding voor extraterritoriale kosten is binnen de werkkostenregeling een gerichte vrijstelling. Als de vergoeding niet meer is dan de werkelijke extraterritoriale kosten of 30% van het loon, gaat de vergoeding van de extraterritoriale kosten niet ten koste van de vrije ruimte.

De invoering van de werkkostenregeling heeft geen gevolgen voor:
• de kosten die als extraterritoriale kosten gelden;
• de mogelijkheid de extraterritoriale kosten te vergoeden door de 30%-regeling

Zijn de werkelijke extraterritoriale kosten van ้้n of meer werknemers hoger dan de vergoeding die u op basis van de 30%-regeling zou betalen, dan moet de werkgever de vergoeding van de werkelijke extraterritoriale kosten per werknemer in de loonadministratie bijhouden.

Zie ook paragraaf Werkkostenregeling.

Aanscherping 30%
Werknemers die naar Nederland komen, kunnen onder bepaalde voorwaarden een belastingvrije vergoeding voor de extraterritoriale kosten krijgen van 30% van het loon inclusief de vergoeding. De 30%-regeling is vanaf 1 januari 2012 onder andere op de volgende punten aangescherpt:
• schaarse specifieke deskundigheid
• periode dat van de 30% regeling gebruik gemaakt kan worden
• definitie van het begrip ‘ingekomen werknemer’
• promovendi
Als een werknemer niet (meer) onder de 30%-regeling valt, dan kunnen wel de werkelijke extraterritoriale kosten vrij worden vergoed.

• Schaarse specifieke deskundigheid
Om gebruik te kunnen maken van de 30%-regeling moet de werknemer die naar Nederland komt, beschikken over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars aanwezig is. Vanaf 1 januari 2012 is dit ingevuld met een salarisnorm: er is sprake van een schaarse specifieke deskundigheid als de werknemer een fiscaal loon heeft van € 35.000  (€ 35.770 in 2013) (exclusief de vergoeding) of meer. Voor wetenschappers geldt geen salarisnorm. Voor werknemers met een afgeronde masteropleiding die 29 jaar of jonger zijn geldt een verlaagd inkomenscriterium van € 26.605. In de meeste gevallen zal niet specifiek meer op schaarste worden getoetst. Dit gebeurt alleen nog wanneer (bijna) een gehele beroepsgroep boven de salarisnorm uitkomt.

• Periode dat er gebruik gemaakt kan worden van de 30% regeling
In 2011 kon er maximaal 10 jaar gebruik gemaakt worden van de 30%-regeling. Deze periode is met ingang van 1 januari 2012 ingekort naar 8 jaar. Deze aanpassing geldt niet voor werknemers die voor 1 januari 2012 al gebruik maakten van de 30%-regeling. De looptijd van maximaal 8 jaar geldt dus alleen voor nieuwe gevallen.

• Definitie ‘ingekomen werknemer’
De 30%-regeling voor werknemers die naar Nederland komen, geldt vanaf 1 januari 2012 alleen voor werknemers die in meer dan tweederde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland, woonachtig was op een afstand van meer dan 150 kilometer van de grens van Nederland. De afstand tot de grens kan worden opgezocht op http://www.kilometerheffing.info/afstand-berekenen.htm.

De wijzigingen in de 30%-regeling die met ingang van 1 januari 2012 zijn ingevoerd, bleken een onbedoeld effect te hebben voor ingekomen werknemers die na een periode van verblijf en tewerkstelling in Nederland onder de 30%-regeling een periode in het buitenland verblijven en na die periode weer terugkeren naar Nederland en dan door de toepassing van de grens van 150 kilometer niet meer in aanmerking komen voor de 30%-regeling. Dit onbedoelde effect wordt met de wijzigingen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2012 ongedaan gemaakt (Bron: Accountancy Nieuws, 14 jan. 2013)

• Promovendi
Buitenlanders die na hun promotie aan een Nederlandse universiteit in Nederland gaan werken, konden geen gebruik maken van de 30%-regeling doordat de periode van promoveren werd gezien als periode van verblijf in Nederland waardoor geen sprake was van een vanuit het buitenland ingekomen werknemer. Per 1 januari 2012 is de periode van promoveren voor de 30%-regeling niet gezien als periode van verblijf in Nederland zodat deze groep wel in aanmerking kan komen voor de 30%-regeling bij de eerste baan na promoveren.

• Overgangsrecht
Voor ingekomen werknemers die voor 1 januari 2012 onder de 30%-regeling vallen, gold overgangsrecht. Er waren 2 situaties mogelijk:
- de werknemer heeft op 1 januari 2012 nog geen 5 jaar gebruik gemaakt van de 30%-regeling. Na afloop van het 5e jaar dat deze werknemer gebruik maakt van de 30%-regeling wordt getoetst of deze werknemer voldoet aan het nieuwe inkomenscriterium en aan de aangescherpte definitie van ingekomen werknemer (150 kilometercriterium). Voldoet de werknemer niet dan valt deze werknemer vanaf dat moment niet meer onder de 30%-regeling;
- de werknemer heeft op 1 januari 2012 al 5 jaar gebruikgemaakt van de 30%-regeling. In dit geval wordt niet opnieuw getoetst aan de nieuwe criteria en blijft de looptijd van de 30%-regeling maximaal 10 jaar.

Uit jurisprudentie (8 nov. 2012) valt op te maken dat voornoemde regeling noch een inbreuk vormt op het EU-recht noch in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Wet financiering sociale verzekeringen gewijzigd
Per 1 januari 2013 is de Regeling Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) gewijzigd als gevolg van maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013. Het gaat hierbij onder andere om een nadere regeling in verband met vaststelling van het
premie-inkomen en de heffingskortingen voor de bepaling van de premie voor de volksverzekeringen ingeval premieplichtigen niet gedurende het hele jaar in Nederland voor de volksverzekeringen verzekerd zijn.

Vanaf 1 januari 2013 gaat de premieheffing uit van het wereldinkomen (box 1), dat gedurende de Nederlandse verzekeringsplicht wordt verdiend. Het wereldinkomen over het gehele jaar wordt op grond van deze regel verminderd met het wereldinkomen over de periode waarin betrokkene in Nederland niet premieplichtig is.

30%-regeling ook toepasbaar op inkomstenbelasting
Ook als de 30%-vergoedingsregeling niet wordt toegepast in de loonbelasting, is het niet bezwaarlijk om deze regeling toe te passen in de aangifte inkomstenbelasting, zo oordeelde rechtbank Breda onlangs.

Onder de 30%-vergoedingsregeling kan een werkgever ingekomen of uitgezonden werknemers onder voorwaarden en voor de duur van maximaal acht jaar een belastingvrije vergoeding verstrekken voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst.

De rechtbank verwees hierbij naar een arrest van de Hoge Raad van 27 april 2012. De Hoge Raad oordeelde in dat arrest dat een voormalige bestuurder ook in aanmerking kwam voor toepassing van de 30%-regeling op onvoorwaardelijk geworden optierechten, omdat deze waren aan te merken als nagekomen baten uit dienstbetrekking.

De rechtbank stelde wel dat voor de toepassing van de 30%-regeling is vereist dat werkgever en werknemer over die regeling arbeidsrechtelijke afspraken hebben gemaakt.

(Bron: Accountancy Nieuws, 17 jan. 2013)

Aanscherping 30%-regeling is mogelijk illegaal
Buitenlandse werknemers moeten op minstens 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond om een onbelaste vergoeding voor extraterritoriale kosten te kunnen krijgen. Het is echter nog maar de vraag of deze bepaling in de 30%-regeling past binnen het Europees recht. Twee rechtbanken hebben verschillend beslist over dezelfde vraag. Tegen de uitspraak van Rechtbank Breda is de belanghebbende in sprongcassatie gegaan. Dit betekent dat het gerechtshof wordt overgeslagen en de zaak direct bij de Hoge Raad terechtkomt. Die heeft het laatste woord over de houdbaarheid van de 150-kilometergrens binnen de 30%-regeling.

(Bron: Juristen-online, feb. 2013)

De Europese Commissie vindt dat de 150-kilometergrens voor toepassing van de 30%-regeling in strijd is met het vrije werknemersverkeer binnen de Europese Unie. Dit staat in een advies dat de Commissie aan het Europees Hof van Justitie heeft gegeven (mrt. 2014). Het is afwachten of het Hof het advies volgt.

30%-regeling voor tweede gelijktijdige dienstbetrekking geoorloofd
De 30%-regeling mag worden toegepast op een tweede dienstbetrekking die gelijktijdig wordt vervuld naast een reeds bestaande dienstbetrekking waar de 30%-regeling al op wordt toegepast, aldus jurisprudentie. De procedure ging een commissaris, van wie het vervullen van het commissariaat geen volledige werkweek in beslag nam en daarom een tweede commissariaat vervulde.

(Bron: De Rechtspraak, 3 apr. 2013)

Vraag-en-antwoordenbesluit
Een nieuw vraag-en-antwoordenbesluit betreffende de 30%-regeling is in de Staatscourant van 11 september 2013 gepubliceerd. Het besluit van 21 oktober 2005, nr. CPP2005/2378M is daarbij geactualiseerd.

(Bron: Min Fin, 11 sep. 2013)

30%-regeling toegestaan door schaarste tandartsen
De Duitse tandarts mocht van de Belastingdienst geen gebruik maken van deze regeling waarop de tandarts naar de rechter stapte. Toen de rechter de tandarts in z'n gelijk stelde, tekende de Belastingdienst hoger beroep aan omdat er volgens hen geen tandartsentekort zou zijn, een voorwaarde voor toepassing van de 30%-regeling. Het gerechtshof heeft nu bepaald dat er wel een tekort aan tandartsen is. Doorslaggevend acht het gerechtshof dat in de afgelopen jaren in behoefte van tandartsen is voorzien door een instroom van buitenlandse tandartsen ter grootte van ongeveer de helft van het aantal benodigde tandartsen en dat deze situatie tot ongeveer 2028 onveranderd zal blijven.

(Bron: Dentalinfo, okt. 2013)

Groei
Het aantal expat-opdrachten neemt de komende twee jaar toe, zo geeft 50% van de bedrijven aan. Dat komt vooral door het wereldwijde economische herstel, en de internationale mismatch tussen vraag naar en aanbod van talent. Wel bezuinigen bedrijven op de salarissen: de traditioneel riante uitzendingen maken plaats voor alternatieve uitzendingen waar de vergoedingen afgestemd worden op het type uitzending bijvoorbeeld een uitzending voor ontwikkelingsdoeleinden. Dat blijkt uit de Worldwide International Assignment Policies and Practices Survey.

(Bron: Mercer, 27 mrt. 2014)

Zwangerschaps- of ouderschapsverlof geen 30%-regeling-obstakel
De 30%-regeling mag in beginsel niet worden toegepast zodra het bruto jaarinkomen lager is dan het salarisnorm. Door zwangerschap kan deze salariseis voor een uit het buitenland aangetrokken werkneemster lager uitvallen, waardoor de 30%-regeling niet kan worden toegepast. Voor deze situatie is de regeling aangepast.

(Bron: Dimble, 22 apr. 2014)

Naslag
Meer informatie over de 30%-regeling is te vinden in Handboek Loonheffingen 2014, blz 169 en verder. Voor werkgevers die gebruik maken van vrije vergoedingen en verstrekkingen, zie Handboek Loonheffingen 2014, blz 300


 Werken elders    Buitenlandse werknemers