Fictieve dienstbetrekking en opting-in

Datum laatste wijziging: 7 juli 2018  |  Trefwoorden: , , ,

Inhoud

  1. Geen echte arbeidsverhouding toch loonbelasting
  2. Voorwaarden fictieve dienstbetrekking
  3. Pseudowerknemer (opting-in)
  4. Stage-overeenkomst
  5. Groenpluk
  6. Vroegere dienstbetrekking
  7. Naslag
  8. Wanneer eindigt opting-in?

Geen echte arbeidsverhouding toch loonbelasting

In bepaalde gevallen is er volgens het Burgerlijk Wetboek geen sprake van een echte arbeidsverhouding, er is bijvoorbeeld geen gezagsrelatie. Om in die gevallen toch loonbelasting en sociale premies te kunnen innen, heeft de overheid bepaald dat er onder bepaalde voorwaarden toch sprake is van een dienstbetrekking en wel van een fictieve dienstbetrekking (fictief dienstverband).

Arbeidsrelaties die als fictieve dienstbetrekking worden aangemerkt, zijn onder meer:
  1. agenten en subagenten;
  2. leerlingen en stagiairs;
  3. sekswerkers werkzaam voor een exploitant;
  4. thuiswerkers en alfahulpen;
  5. topsporters met een A-status van NOC*NSF;
  6. uitzendkrachten;
  7. pseudowerknemers.
Voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de bijdrage ZVW zijn de volgende arbeidsrelaties ook fictieve dienstbetrekkingen:
  1. aandeelhouders met een aanmerkelijk belang;
  2. commissarissen*;
  3. meewerkende kinderen;
  4. pseudowerknemers (opting-in).
* Voor commissarissen zal waarschijnlijk de fictieve dienstbetrekking per 1 januari 2017 definitief worden afgeschaft en opting-in blijft mogelijk gehandhaafd, zie subrubriek Commissaris.

Voorwaarden fictieve dienstbetrekking

Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking tussen werkgever en werknemer als onder meer:
  1. de werknemer afhankelijk is van maximaal één of twee opdrachtgevers per jaar;
  2. de werknemer het werk persoonlijk verricht;
  3. de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaald tijd heeft of minimaal een maand heeft;
  4. hij minimaal twee dagen per week werkt;
  5. de vergoeding hoger is dan 40% van het minimumloon;
  6. hij niet werkzaam is in een arbeidsverhouding die in overwegende mate wordt beheerst door een familieverhouding.

Pseudowerknemer (opting-in)

Als de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer geen echte of fictieve dienstbetrekking is, kunnen zij op basis van vrijwilligheid er samen voor kiezen de arbeidsrelatie aan te merken als een fictieve dienstbetrekking. Deze regeling wordt ook ‘opting-in’ genoemd. De opdrachtnemer wordt ‘pseudowerknemer’ genoemd. De meest bekende pseudowerknemer is de freelancer die resultaat uit overige werkzaamheden geniet.

In de opting-in situatie wordt loonbelasting/premies volksverzekeringen ingehouden. De pseudowerknemer is via het bedrijf niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen en de zorgverzekeringswet.

Voordeel van opting-in is dat de pseudowerknemer bijvoorbeeld kan deelnemen aan met een pensioenverzekering of een studiekostenregeling, de pseudowerknemer kan ook gebruikmaken van de werkkostenregeling als deze wordt toegepast in het bedrijf. Nadeel voor de pseudowerknemer kan zijn dat, afgezien van reiskosten, aftrek van beroepskosten nu niet meer mogelijk is. Voor de pseudowerknemer gelden ook dezelfde administratieve verplichtingen als voor de andere werknemers, voorbeelden zijn de identificatieverplichting en loonaangifteverplichting.

Voor de werkgever betekent opting-in het verzorgen van de bekende administratie: vaststellen (en kopie) van de identiteit van de pseudowerknemer en afdracht ingehouden loonheffing aan de fiscus. Kiezen freelancer en werkgever voor opting-in, dan is een voorwaarde dat vóór de eerste loonbetaling door werkgever en pseudowerknemer een getekende verklaring aan de Belastingdienst wordt afgegeven. De keuze voor opting-in heeft geen arbeidsrechtelijke gevolgen, er is bijvoorbeeld geen ontslagbescherming.

Als de opdrachtnemer en de opdrachtgever kiezen voor het aanmerken van hun arbeidsverhouding als dienstbetrekking, moeten zij hun keuze melden aan de Belastingdienst. Dit kan via het formulier ‘Verklaring opting-in’.

Voor opting-in kan niet met terugwerkende kracht worden gekozen, daarentegen kan een pseudowerknemer op elk moment stoppen met opting-in.

Stage-overeenkomst

Een voorbeeld van een fictieve dienstbetrekking is de stage-overeenkomst. Bij de stage-overeenkomst kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst c.q. echte dienstbetrekking of niet. Er is sprake van een echte dienstbetrekking als de stagiair voor de uren die hij maakt met minimumloon of hoger ontvangt en de werkgever verplicht is dit te betalen. Bovendien moet de stagiair onder het gezag staan en tijdens een bepaalde tijd arbeid verrichten. Is er sprake van een echte dienstbetrekking, dan moet de werkgever als stageverlener loonheffingen en sociale premies inhouden. Is de stagiair werkzaam op grond van de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL), dan is er altijd sprake van een echte dienstbetrekking. Vaak ontvangt de stagiair een stagevergoeding die lager is dan het minimumloon. In dit geval is er weliswaar geen sprake van een echte dienstbetrekking maar wel van een fictieve. De werkgever moet ook nu loonheffingen en sociale premies Zvw, ZW en Wajong inhouden.

Algemeen gesproken kan een stagecontract dus niet tot de categorie arbeidsovereenkomsten worden gerekend. Dit betekent onder meer dat bij vaststellen of het verlengen van een aantal tijdelijke arbeidscontracten er tenslotte sprake is van een contract voor onbepaalde tijd, het stagecontract niet meetelt. Deze problematiek wordt in subrubriek Wetten flexibiliteit en zekerheid, alinea Voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nader beschreven.

Groenpluk

Bij een krappe arbeidsmarkt kunnen sommige werkgevers de verleiding niet weerstaan om stagiairs in dienst te nemen die hun opleiding (nog) niet hebben afgemaakt. Deze trend wordt groenpluk genoemd. De term groenpluk is geïntroduceerd door jongerenorganisaties van werkgevers- en werknemersorganisaties.

Vroegere dienstbetrekking

Naast de echte en fictieve dienstbetrekking kan er ook sprake zijn van een vroegere dienstbetrekking. De dienstbetrekking is weliswaar beëindigd, maar de ex-werknemer krijgt nog inkomsten van de oude werkgever. Voorbeelden zijn een pensioen- of een ontslaguitkering.

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Wanneer eindigt opting-in?

Een resultaatgenieter kan zich op grond van de opting-inregeling samen met zijn opdrachtgever bij de Belastingdienst melden met de mededeling dat hij voortaan als werknemer aangemerkt moet worden. Zodra niet meer aan de voorwaarden voor de opting-inregeling wordt voldaan meldt degene die de arbeid verricht dit aan de inspecteur en eindigt het fictieve werknemerschap. Het is echter ook mogelijk dat nog wel aan de voorwaarden wordt voldaan, maar dat opting-in niet meer gewenst is.

Uit jurisprudentie d.d. 19 april 2017 blijkt dat voor het beëindigen van de opting-inregeling het noodzakelijk is dat de Verklaring opting-in wordt ingetrokken. Zolang de verklaring niet is ingetrokken, blijft de dienstbetrekking doorlopen.

Ga terug naar subrubriek Arbeidsovereenkomst.